Sommige regels moet je misschien niet aan de overheid overlaten?

Belangenverenigingen Ieder(in) en de Patientenfederatie luiden de noodklok over de voorgenomen wijzigingen van de bouwregelgeving. Ieder(in) geeft op haar eigen website aan dat er sprake is van breed verzet tegen de voorstellen van ministers Blok en Schultz om tegelijk met de invoering van de Omgevingswet een groot deel van de zogenaamde bruikbaarheidsvoorschriften te schrappen. Waar komt deze noodkreet nu opeens vandaan en waarom nu?

“Nieuwe bouwregels slecht voor mensen met een beperking”

De Omgevingswet en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving

Het kabinet is voornemens om in 2019 de Omgevingswet in te voeren. Die wet moet er voor zorgen dat gemeenten duidelijker in Omgevingsplannen gaan vastleggen wat in welke gebied in een gemeente is toegestaan. En als je dan in zo’n gebied iets wil bouwen of ondernemen, dan kan je dat zelf opzoeken. Je hoeft dan niet meer overal een vergunning voor aan te vragen, je zorgt gewoon zelf dat je aan de regels voldoet. Onderdeel van die Omgevingswet is het in elkaar schuiven van alle regels die er nu gelden in het kader van bodem, water, geluid, bouwen, milieu, monumenten, etc. Daar waar er nu 128 Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) zijn waar zulke regels in zijn opgenomen, zijn dat er straks nog maar 4. En daarnaast is het ook nog de bedoeling om te komen tot minder regels, dus er moet ook geschrapt worden.

De technische regels rondom het bouwen worden straks vastgelegd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, het BBL. Voorstel is om niet alle regels uit het Bouwbesluit mee te nemen, maar de bruikbaarheidsvoorschriften – het huidige hoofdstuk 4 van het Bouwbesluit – te schrappen. En dat is nu waartegen Ieder(in) en consorten tegen in verzet komen. Goed getimed ook, want op 19 december wordt er in de Tweede Kamer gesproken over de inhoud van de 4 AMvB’s!

Over wat voor regels hebben we het nu?

De bruikbaarheidsvoorschriften stellen minimumeisen aan de afmetingen van gebouwen en dan met name aan woningen. Zo moet een nieuw te bouwen woning een plafondhoogte van tenminste 2,60 meter hebben en is voorgeschreven dat een toilet minimaal 90 bij 120 cm groot moet zijn. Daarnaast worden er eisen gesteld aan de aanwezigheid van een fietsenberging, buitenruimten en allerlei andere ruimten. Minister Blok stelt nu in zijn antwoorden op vragen over het BBL door de Tweede Kamer dat dit zaken zijn die de consument best zelf kan beoordelen en dat dit soort regels dus niet wettelijk vastgelegd hoeft te worden. Nu is er al redelijk wat ervaring opgedaan met het schrappen van deze regels voor particulieren die zelf opdracht geven een huis te laten bouwen en daar is te zien dat mensen blij zijn met de ruimte die ze hebben. En er overigens nauwelijks gebruik van maken….

Brede weerstand

Ieder(in) verwijst naar de brede weerstand die er is bij alle betrokken partijen en uit signalen vanuit het Overlegplatform Bouwregelgeving – waarin alle partijen samen praten over voorgenomen wijzigingen – lijkt dit ook wel te kloppen. De redenen hiervoor zijn divers: de ‘oude’ volkshuisvesters zien de basis van de bouwregelgeving verloren gaan, architecten hebben graag houvast en dat bieden die minimummaten, de techneuten wijzen op het feit dat je straks huizen kan bouwen zonder gebruiksgebied en dus ook zonder fatsoenlijk daglicht en ventilatie en alle partijen wijzen er op dat een eerdere poging om zaken ‘aan de markt over te laten’ schandelijk is mislukt. Bergingen en buitenruimten zijn eerder geschrapt en toen waren ze op in no time verdwenen uit de nieuwbouw!

Heeft Ieder(in) een punt?

Op het eerste gezicht heeft Ieder(in) zeker een punt! De geschiedenis laat zien dat die regels niet voor niets worden gesteld en zolang er sprake is van een aanbod gestuurde markt – of beter gezegd: geen markt – is de vrees gegrond dat deze woningen er straks ook echt gaan komen. Aan de andere kant moet je je wel afvragen of we al deze regels wel moeten houden. Een deel van de eisen is zodanig laag dat we ze net zo goed kunnen schrappen, bijvoorbeeld de minimale eis met betrekking de oppervlakte van een woning: 18 m2. Een tweede negatieve effect van de regels is dat het minimum ook als maximum gaat gelden. En dan krijgen we de situatie dat een rolstoeltoegankelijk toilet ook op verzoek van een toekomstige bewoners niet wordt aangepast: sorry meneer, dit zijn de regels!

Tenslotte nog twee principiële punten als het gaat om de bruikbaarheidsvoorschriften. Hoe kan het ten eerste dat een aannemer bepaalt hoe groot mijn woning is? Moeten we de markt niet zodanig zien te veranderen dat er gewoon wordt gebouwd wat de klant ook wil. En dus niet wat het Bouwbesluit minimaal eist en je als klant dus vaak maximaal krijgt? Vanuit dat oogpunt zou het wel interessant zijn om die regels volledig te schrappen. De markt moet dan wel! Daarbij maken we het dan ook mogelijk om eens iets afwijkend te laten bouwen, zoals nu de tiny housing beweging. En gaan corporaties opeens veel slechtere woningen bouwen als die eisen komen te vervallen? Ik heb er vertrouwen in dat dat niet zo is!

Als laatste de discussie die al jaren op de achtergrond speelt: moet iedere woning in Nederland rolstoeltoegankelijk zijn? Moeten we aangepast bouwen of moeten we aanpasbaar bouwen? Ik denk dat eerste maar de argumentatie is complex. En de vraag of de overheid met het schrappen onterecht beperkingen oplegt aan het bij vrienden en familie op bezoek gaan laat ik graag over aan de politiek…

Wil je meer weten?

Meer weten over de omgevingswet? Kijk eens bij de cursus Vergunningvrij bouwen onder de omgevingswet of de workshop Kwaliteitsborging.

Hajé van Egmond

“De uitdaging is om de complexe en vaak ‘droge’ materie van de bouwregelgeving op een heldere en begrijpelijke manier neer te zetten. En dat zonder dat alle cursisten in slaap vallen. Ik doe dat door middel van een mix van theorie en praktijk. Door mijn werkzaamheden voor en ervaring met gemeenten en gebouweigenaren kan ik beide kanten van de medaille belichten. Herkenbare voorbeelden en casus helpen om de stof eigen te maken. Bouwregelgeving is niet saai!”