Goed huurderschap betekent niet meer dan vier dwergeekhoorntjes in de woning…

Onlangs deed de rechter een uitspraak over een huurster die eekhoorntjes in de woning heeft. Zij huurt de woning sinds 1981. Destijds heeft ze (van de vorige verhuurder) toestemming gekregen om voor studiedoeleinden dwergeekhoorns te houden, zonder overlast te bezorgen aan de buren.

In de loop van de tijd is de populatie gegroeid tot 126 diertjes. In 2013 worden de dieren in beslag genomen na een onderzoek door de GG&GD. Maar de huurster krijgt te weer terug omdat blijkt dat de beesten gezond zijn. Sindsdien zijn de dwergeekhoorns weer in kooien verspreid over de woonruimte te vinden. Er zijn dan nog ongeveer 29 dwergeekhoorns over.

De verhuurder vordert het einde van de huurovereenkomst omdat de huurder in strijd handelt met art. 7:213 en 7:214 BW, waarin staat dat de huurder zich ‘als goed huurder moet gedragen’ en de woning ‘conform de bestemming’ (dus als woning) moet gebruiken.

De rechter oordeelt dat er geen klachten zijn van omwonenden. Maar toch sprake is van niet-goed-huurderschap en gebruik in strijd met de bestemming, omdat:

  • Sprake is van een onhygiënische situatie, die niet (veel) langer kan voortduren
  • Een bovenwoning van 60m2 ongeschikt is voor een populatie van 126 of zelfs van 33 dwergeekhoorns

Maar toch beëindigt de rechter de huurovereenkomst (nog) niet. De huurder krijgt nog een laatste kans, omdat:

  • Huurster in de veronderstelling was dat zij de dwergeekhoorns mocht houden
  • Zij dat naar beste kunnen heeft gedaan
  • Er geen sprake is van ernstige klachten van omwonende

De kantonrechter geeft de huurster de kans om haar populatie dwergeekhoorns verder terug te brengen tot een aanvaardbaar aantal van maximaal 4 exemplaren en de woning schoon te maken. Daarvoor krijgt zij zes maanden de tijd.

Wil jij jou kennis over het huurrecht opfrissen? Lees hier meer over de opfriscursus huurrecht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *