Van weddingplanner naar gastouder

Kinderopvang in een huurhuis?

Mijn buurvrouw heeft een zoon van 20. Hij is vorig jaar het huis uitgegaan en daarom woont ze nu alleen. De (huur)woning is best groot, heeft 3 slaapkamers, een zolder en een ruime woonkamer.

Mijn buurvrouw is ondernemend. In 2009 spijkerde ze al een bordje bij de voordeur: weddingplanner. Daarvoor had ze toestemming gekregen van de verhuurder. Ze had daarbij aangegeven dat zij vooral via internet actief zou zijn en geen cliënten in de woning zou ontvangen.

In 2014 kwam daar een bedrijfje bij: Mama’s Day-Care. Kinderopvang aan huis. De huurovereenkomst bepaalt dat de woning ‘uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt als woonruimte ten behoeve van huurder en leden van zijn gezin.’ En: ‘het is huurder verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming in het gehuurde een bedrijf of nering uit te oefenen.’

De verhuurder vindt kinderopvang aan huis te ver gaan en sommeert mijn buurvrouw hiermee te stoppen. Het komt tot een procedure bij de rechter, want de buurvrouw vindt dat haar financiële belang zwaarder weegt. Ze had namelijk voorheen een uitkering. En met een hoger inkomen kan ze makkelijker de huur betalen, dus haar activiteiten zijn ook lonend voor de verhuurder, vindt mijn buurvrouw.

De rechter is het echter niet met haar eens. Partijen zijn in de huurovereenkomst uitdrukkelijk overeengekomen dat het gehuurde uitsluitend is bestemd als woning voor ‘huurder en leden van zijn gezin’. Daaronder valt niet het gebruik als gastouder. Dat de gemeente in het bestemmingsplan heeft opgenomen dat ‘ambachtelijke bedrijvigheid’ mogelijk is aan huis, maakt dit niet anders. Die regel is immers niet van invloed op de overeenkomst die huurder en verhuurder zijn (privaatrechtelijk) overeengekomen. Het belang van de verhuurder is bovendien zwaarwegend: (potentiële) overlast voor omwonenden en voorkomen van onwenselijke precedentwerking. Daarbij maakt het niet uit of de huurder haar oppasactiviteiten beperkt tot een bepaald aantal kinderen of uren. ‘In het licht van deze belangen weegt het zuiver financiële belang van huurder – die eerder was aangewezen op een uitkering – onvoldoende zwaar’, aldus de rechter (uitspraak van Gerechtshof Den Haag 14 april 2015, te vinden op rechtspraak.nl).

Een verhuurder mag dus streng optreden tegen een bedrijf in een huurwoning en hoeft dit niet toe te staan. En streng optreden, dat vind ik verstandig. Want ook al heb ik niet direct last van mijn buurvrouw, er ontstaat wel een precedent. Want als de buurvrouw kinderopvang mag realiseren, dan wil een andere buur misschien tweedehands fietsen gaan verkopen en repareren vanuit zijn tuin. En weer een ander begint een nagelstudio in de schuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *